(0)

    Benodigheden:

    Tomatenzaden
    Potgrond
    zaaibak of potjes

    Handleiding

    Het beste kunt u tomatenzaden zaaien in de lente of eerder. Als regel kunt u het volgende hanteren: zaai 6 tot 8 weken voor het uitplanten in volle grond. Meestal zal deze periode in maart / april zijn. Tomatenplanten groeien alleen in warme seizoenen.

    Zaai de tomatenzaden in vochtige potgrond, ongeveer één centimeter uit elkaar, en bedek ze met een klein laagje aarde (maximaal 0,5 cm). Besproei deze aarde met een plantenspuit. Zaai niet te diep, om te voorkomen dat de tomatenzaden niet genoeg energie hebben om boven de grond te komen. Tomatenzaden ontkiemen het beste bij een temperatuur van 23 - 26 graden Celsius. Wanneer de temperatuur te laag is, zullen ze niet ontkiemen.

    De zaaibakken die u in tuincentra kunt kopen hebben vaak een overkapping. Hierdoor creëert u een broeierige omgeving waar de zaailingen van houden. U kunt ook gewone potjes gebruiken en deze afdekken met cellofaan. Prik er een paar gaatjes in voor zuurstof. Vergeet niet de zaadjes van een label te voorzien, zodat u weet welke tomaat u gezaaid hebt. Doet u dat niet, dan moet u maanden wachten om de plant uiteindelijk te kunnen identificeren. Zet de zaaibak of de potjes op een warme plek. Dat kan in de zon zijn, in een verwarmde kamer of vlakbij een radiator om zo voor optimale omstandigheden te zorgen voor de ontkieming. Er zijn ook verwarmde propagators te koop die de ontkieming versnellen. Op dit moment is er nog geen behoefte aan licht, maar alleen behoefte aan warmte, vocht en zuurstof. Houd de grond vochtig maar niet te nat, anders kunnen de tomatenzaden gaan rotten. Voorkom schimmel door af en toe te luchten. Schimmels kunnen de tomatenzaden en de zaailingen doden.

    Ontkieming kan ook plaatsvinden in keukenpapier. Maak keukenpapier vochtig en leg de zaden erin. Vouw het enkele keren dubbel en leg het in een gesloten bakje of plastic zakje op een warme plaats.

    Na 7 - 10 dagen verschijnen de eerste zaailingen boven de grond. Soms al eerder.

    De zaailingen zijn gevoelig en hebben nu ze boven de grond komen naast warmte, vocht en zuurstof vooral veel licht nodig. De planten houden van licht! Hebt u weinig licht in huis, dan kan een groeilicht voor planten uitkomst bieden.

    Wanneer ze een tweede set bladeren hebben gevormd, kunt u ze gaan verpotten. Haal de plantjes en hun kluit voorzichtig uit de grond zonder de wortels te beschadigen en zet deze in een grotere pot met aarde. De plant heeft nu de ruimte om verder te groeien. Eventueel kan dit verpotten later herhaald worden, wanneer u de wortels uit de onderkant van het potje ziet komen.

    Zijn de plantjes eenmaal sterk en groot genoeg dan kunt u ze bij lekker weer (rond mei) buiten zetten of in de tuin planten. Let op: de planten moeten afgehard worden. Dat houdt in dat ze voorzichtig aan hun nieuwe omgeving moeten wennen (ander licht, wind, andere temperatuur). Als u de plant in potten kweekt, kunt u ze enkele uren buiten zetten en later weer binnenshuis halen om ze langzaam te laten wennen aan de nieuwe omstandigheden.

    Zet ze niet direct in de volle zon dan kunnen ze  gaan verschrompelen. U kunt de plantjes eventueel ondersteunen met bamboestokken, zodat ze niet gaan hangen bij veel wind.

    Als u plant in potten dan kunt u ze 's nachts eventueel binnen zetten mocht het kouder worden aan het einde van het seizoen.

    In de zomer zullen de bloemen aan de planten verschijnen, de voorbodes van de tomaat. Eventueel kan men extra voeding geven, bijvoorbeeld tomatenvoeding, om uiteindelijk een plant te krijgen met volle vruchten. Na bestuiving van de bloemen zal de tomaat gaan groeien. De bloem valt af en de tomaat komt te voorschijn.

    Stamtomaten versus Struiktomaten

    Stamtomaten

    De stamtomaat is de grootste groep van tomaten en wordt meestal gediefd (zie dieven en toppen). Ondersteuning van stamtomaten door middel van bijvoorbeeld bamboestokken is noodzakelijk. De plant groeit door totdat deze door vorst of ziekte sterft. In warme landen kan de tomaat rustig zijn gang gaan. Het groeiseizoen is daar langer. De tomaat wordt daar niet altijd gediefd.

    In landen waar het groeiseizoen korter is, zoals in Nederland, willen we dat de plant zoveel mogelijk energie steekt in de groei en rijping van enkele trossen tomaten. Dit is te bereiken door de plant te dieven en uiteindelijk te toppen.

    Dieven

    Het dieven van de tomatenplant is zeer eenvoudig. Door de uitlopers, die in de oksel van de bladeren ontstaan weg te nemen met een schaar of met de vingers, zorgen we ervoor dat er een hoofdstam is zonder zijtakken. Als we deze zijtakken door laten groeien, kunnen daar uiteindelijk ook bloemen en dus tomaten gaan groeien. Dit kost de plant echter veel energie, energie die in ons klimaat beter gebruikt kan worden voor de groei en rijping van enkele trossen. Deze trossen worden door het dieven uiteindelijk groter en zijn zo op tijd rijp, voordat de plant dood gaat bij de eerste vorst.

    Toppen

    Vaak wordt de tomatenplant getopt na de vierde of vijfde tros. De top wordt simpelweg afgeknipt boven de laatste twee bladeren boven de laatste tros. Er zijn weinig redenen om de plant door te laten groeien, aangezien de kans dat toekomstige vruchten in ons klimaat alsnog rijpen in augustus en september, zeer klein is. Stamtomaten worden groter dan struiktomaten en kunnen meters hoog worden wanneer ze niet getopt worden. Bovendien moeten stamtomaten ondersteund worden met bamboestokken of kooien.

    De struiktomaat (zelftoppende tomaat)

    Bij de zelftoppende tomaten stopt de groei vanzelf. Anders dan bij stamtomaten, die gedurende het hele seizoen tomaten produceren, produceren zij tomaten In een korte periode. De zelftoppende tomaat hoeft niet gediefd te worden, blijft relatief klein en heeft een struikachtig uiterlijk. Ondersteuning is vaak niet nodig. Veel zelftoppende tomaten zijn uitermate geschikt om in potten te kweken op een terras of balkon.

    De struiktomaat is vaak kleiner dan de stamtomaat.